Alvenrad Habitat

Trollmusic

Website: Alvenrad 

Na een uitje in de ambient-hoek (Faelwa) en de folk (Stormsterk) zijn de heren van Alvenrad nu vermoedelijk op de juiste plek beland om hun inspiratie en muzikale wensen de correcte omlijning te geven. Mark Kwint en Jasper Strik laten met hun eerste langspeler meteen horen dat hun nieuwe richting nog steeds een verzameling invloeden is dit ze zo goed en zo kwaad als dat gaat proberen samen te brengen. Op ‘Habitat’ krijgen we folk, black, grunts, cleane zang, orgeltjes, keyboards, fluit en wat ook maar nog meer nodig is om de specifieke sfeer op te roepen waar de heren naar streven. Bijgestaan door een peleton gastoptredens laat de band in negen nummers een nieuwe stroming in het landschap van Nederlandstalige metal horen.

Is metal dan echt de basis en is het een folk-ingrediëntje hier en daar? Naar mijn idee is de balans eigenlijk veel gelijker en complexer dan dat. Opener “Woudakoestiek” begint met een gitaarriffje waarna Mark met zijn karakteristieke zang invalt. Hele volksstammen steggelen op internet over mogelijke dialecten en accenten, ‘Who cares’. Het is Nederlands, het is apart woordgebruik maar past uitermate goed bij de muziek. Hoewel de basis hier metal is gebeurt er van alles omheen. De bass knort vrolijk mee en is op sommige moment goed te horen. De keyboards vormen een mooi contrast met de gitaar. Het refrein nodigt uit tot meezingen en ondanks wat dubbele bass is er nergens een gevoel van hardheid. Juist het algemene gevoel is veel meer richting rust, zon en sereniteit. Zelfs bij het hardere gedeelte, met rol voor grunter Koen de Graaf (ex-Thronar, ex-Burning Hatred) verdwijnt het kalme gevoel niet. Een pakkend nummer, maar nog niet half zo pakkend als “Zwartwildernis” wat begint met een opgewekt orgeldeuntje. Mensen zullen de aparte uitspraak van Mark waarschijnlijk niet altijd kunnen waarderen maar een kniesoor die hierdoor de plaat af zet. De folk en rock strijden hier om voorrang, een vleugje doom komt bijna nog om de hoek kijken evenals een klein stukje up-tempo doordrumwerk. “Verweven Klauwen” heeft van alles wat. Stuwend riffwerk, cleane zang (Hanna van Gorcum), en zelfs headbang-fähige momenten (met modulatie, altijd een goed idee). Zelfs een beetje black metal is halverwege het nummer terug te vinden, slechts doorbroken door de cleane zang van Hanna en Mark. Helemaal lekker is de solo van Eric Sprooten (Ancient Rites) die uitermate goed het nummer opleukt. “1911” is dan het nummer waar duidelijk de voorliefde voor black metal wat meer wordt geëtaleerd. De riff is goed, up-tempo drums en zelfs een ‘UGH’ kan niet ontbreken. Een fluitwijsje hier en daar laat zien dat het niet puur op de black gericht is, en zeker het refrein is weer meer richting folk dan black. Niettemin levert dit een mooi constrast op. Een klein, keyboard-ondersteund intermezzo houdt het geheel spannend.

“Habitat” begint uitermate lieflijk met fluit en pauk, om toch meer richting een rockende riff te gaan. De rauwe stem van “1911” blijft hier enigszins gebruikt worden hoewel in dit nummer al veel meer andere elementen zoals keyboards zijn, zeker bij het refrein wat weer normale zang heeft. Als basis blijft echter de prima gitaarriff. “O Patrones” doet mij qua gitaar- en keyboardriffs enorm veel aan de oude melodieuze black metal bands denken en geeft mij een enorm Dimmu Borgir / Borknagar gevoel. Wat het is en waar het me aan doet denken kan ik niet precies de vinger opleggen, maar voor mij werkt dit uitermate goed. De gitaar had hier van mij nog iets steviger aangezet worden, want die is een klein beetje ondergesneeuwd. Na deze semi-doorstamper is “Adel des Gemoeds” een verkoelende zomerdouche met een rustig piano-intro. Dit instrumentaaltje heeft wel wat weg van het werk van Faelwa qua gevoel. Wellicht dient het nummer als tegenhanger van het veel stevigere “Foreest in Tweelicht” wat meteen er stevig inhakt met de drums en gitaren, hoewel hier een keyboardlaag bij zit. Niettemin komt de rock/folk al snel om de hoek zetten. Ook hier is een rol weggelegd voor de grunts van Koen en een heerlijke solo van Eric. Alleen het langzame zingen van de titel haalt teveel de vaart wat uit het nummer. Niettemin een duidelijke showcase voor de band om te laten zien wat ze allemaal in hun mars hebben. “Ondermaans” is een vrijwel akoestische ballad. Relaxt gitaarwerk met naar het einde toe wat meer ruimte voor keyboards.

Een uitermate divers album vol met allerlei invloeden. Gezien de smaak van de heren die van Jethro Tull en Uriah Heep naar Bathory en Borknagar loopt niet heel vreemd. Het natuurlijke gevoel van de Veluwe (hun thuisbasis) hebben ze uitermate goed over weten te brengen op deze schijf. Hoewel niet alles even lekker op elkaar aansluit is dit album als een ruwe diamant die volgende werken (ze hebben voor 4 albums getekend met TrollMusic) helemaal fijn is geslepen in een prachtig juweel. (Thomas van Golen)

Tracklist:
01. Woudakoestiek
02. Zwartwildernis
03. Verweven Klauwen
04. 1911
05. Habitat
06. O Patrones
07. Adel des Gemoeds
08. Foreest in Tweelicht
09. Ondermaans

Line-up:
Mark Kwint – Vocalen, lead- en ritmegitaar, fluit en drumprogrammering
Jasper Strik – alle toetsen, vocoder, FX en drumprogrammering
Arjan Hoekstra – Basgitaar, achtergrondvocalen
Koen de Graaf – Grunts
Hanna van Gorcum – achtergrondvocalen (clean)
Eric Sprooten – Gitaarsolo’s op ‘Verweven Klauwen’ en ‘Foreest in Tweelicht’

Koop nu Alvenrad bij LARGE