Keep of Kalessin Reptilian


Indie Recording / Suburban

Website :

Keep of Kalessin

Ik denk dat de grote vraag bij dit nieuwe album eigenlijk vooral is: zullen er mensen zijn die die plaat gaan kopen omdat ze het nummer 'The Dragontower' zo goed vonden. Tenslotte heeft Keep of Kalessin in de aanloop naar het Eurovision Songfestival meerdere malen dit nummer te horen gebracht. Tegenover waarschijnlijk een niet onaanzienlijke groep mensen die nog nooit iets van de band hadden gehoord. We kunnen nu allemaal heel hard 'sell-out' gaan roepen, maar sell-out zijn doen ze maar lekker in hun eigen tijd want de band levert gewoon een net album af, in lijn van voorganger ‘Kolossus’. Wederom werd alles opgenomen in de 'Morning Star' studios in Trondheim. Als verandering werd het album niet door de band gemixed, maar is Daniel Bergstrand (In Flames, Meshuggah, Behemoth) aangetrokken om het geheel in elkaar te draaien.

En dat levert het volgende plaatje op: Met een akoestisch riedeltje begint “Dragon Iconography”, en wordt al snel opgewacht door drums, gitaar en majestueuze keyboardtapijten van geluid. Al snel herkennen we Obsidian C's kenmerkende gitaarwerk en wordt er duidelijk opgebouwd naar een climaxerend begin. Als dat begin er dan is worden we overspoeld door blastbeats en gitaarriffs. En schrik je je op een gegeven moment kapot: Thebon is vervangen door Atilla Csihar! Lijkt het dan tenminste. Klaarblijkelijk was de beste man niet tevreden met zijn huidige stemgebruik en heeft hij er een aantal mogelijkheden aan zijn bereik toegevoegd. Verwacht geen hoge King-Diamond falsetto's, maar het is niet meer constant de standaard herkenbare schreeuw die we gewend waren van de vorige twee langspelers. Wat wel herkenbaar gebleven is, is het thrashy gitaarwerk wat wordt afgewisseld met stukken waarbij de dubbele bass en de keyboards weer wat meer voorrang krijgen en weer die epische sfeer met zich meenemen. “The Awakening” hakt er vrij hard in na een staccato intro en laat vooral wat interessant gitaarwerk van Obsidian C. horen en wederom is Thebon's stemgebruik anders dan normaal. Hoewel nummer hard aanvangt kent het ook wel rustigere passages richting het einde toe. Maar bij een nummer van meer dan acht minuten zit dat 'einde' dan wel op de zeven minuten grens. Het wordt gebruikt als een soort spreuk, op de langzame, maar trefzekere manier waarop een soort koortje het zingt. Met een titel als “The Awakening” is dat natuurlijk ook niet zo vreemd. Ook volgens de band is dit album qua lyriek gezien iets meer de fantasy-kant op. De muziek daarentegen kruipt juist soms meer de thrash-kant op. Een mooie tweedeling, maar Keep of Kalessin zou de ervaren band van nu niet zijn als ze dat niet naadloos weten samen te smelten. Voor het bewijs, luister maar eens de eerste minuten van “Judgement” voor een prima symbiose tussen de twee elementen.

Het nummer “The Dragontower” heeft inmiddels bijna iedereen wel al live gezien tijdens hun deelname aan de voorrondes. Het nummer klinkt op cd praktisch nog hetzelfde, waren het niet dat het een stuk langer duurt. En juist al het moois vinden in de minuten die we niet hoorden, namelijk een prima solo die bovendien ook wel even duurt. Je kan steggelen dat er geen blastbeat te vinden is, maar zo'n rustmoment kan op zich geen kwaad na de vorige drie nummers. Tenslotte hakt “Leaving The Mortal Flesh” er dan ook weer bruut in als een knuppel in een hoenderhok. Snel, sneller, snelsts is het merendeel van dit nummer en rost en beukt dan ook behoorlijk door. “Dark As Moonless Night” begint daarentegen weer rustiger en leunt duidelijk meer op het fantasy-gedeelte. En hier merk je dan dat een nummer zonder even flink van leer trekken niet echt overeind blijft staan op deze plaat. De bijna doomy passages weigeren een bepaalde en benodigde sfeer te genereren en nodigen je eerder uit om eens dat gerieflijke bed op te gaan zoeken en te gaan tukken. “The Divine Land” doet het dan al weer stukken beter met epische sferen en hard rossen. Alleen het refrein klinkt net iets te geforceerd. “Reptilian Majesty” is de afsluiter van het album en als iets op deze plaat het predikaat 'EPISCH' verdiend is het dit nummer wel. Tuurlijk, binnen een kwartier heb je natuurlijk ook meer mogelijkheden tot opbouwen en climaxen benutten en dergelijke, maar het lijkt wel alsof de band het beste voor het laatst heeft bewaard. De ene na de andere geniale riff komt ons tegemoet en de band geeft gas als nooit tevoren. Op de 4 minuten grens krijgen we het eerste ruststuk, wat wordt ingevuld door een half prekende Thebon met een irritant keyboardriedeltje eronder. Gelukkig gaan we anderhalve minuut later weer verder met een prachtige slepende solo die bijna psychedelisch aandoet en kabbelen we zo verder om zo uit te komen bij grandioze koortjes en nog meer slepende riffs. Het knappe is dat we dus over rustig zes minuten praten zonder ook maar een keer een breukje in de spanningsboog te merken. En natuurlijk zijn de laatste vier minuten besteed aan het doen wat de band best wel goed kan: hard beuken. En op zo'n prachtige manier dat het kippenvel kan opleveren.

Keep of Kalessin is weliswaar wat meer de fantasy-kant opgegaan zeggen ze zelf, maar ze hebben dit gecombineerd met een extra dosis venijn. De cd staat vol met raggende stukken, en neemt hier en daar even pas op de plaats (niet altijd even succesvol). Niettemin is het overgrote merendeel van de plaat zeker de moeite waard van het luisteren en in het bijzonder afsluiter “Reptilian Majesty” moet gewoon een keer tot je genomen worden. Als ze dit kunststukje live kunnen herhalen wordt het een net zo'n krachtig episch nummer als Celtic Frost's “Synagogue Satana”. Luisteren deze plaat! (Thomas van Golen)

Line-up:
01. Dragon Iconography
02. The Awakening
03. Judgement
04. The Dragontower
05. Leaving The Mortal Flesh
06. Dark As Moonless Night
07. The Divine Land
08. Reptilian Majesty

Line-up:
Thebon – Vocals
Obsidian C. - Guitars
Wizziac – Bass
Vyl – Drums