|

Peaceville Records /
Suburban
Website :
Darkthrone |
Tijd om de bulletbelts en gigantische armbanden met
spikes te pakken, wat Darkthrone heeft wederom een nieuwe plaat
uit. Nummer vijftien alweer, en dat is een feestje waard. Van artiest
Dennis Dread kreeg het wederom een 'sierlijke' voorkant mee en staat hun
nieuw aangemeten mascotte er weer excentriek op, deze keer met een patch
van Morne op z'n jas. Wederom werd de plaat opgenomen in de Necrohell 2
studio samen met Kjella en Mats. Het mixen en produceren werd door de
heren zelf gedaan, en de mastering was in handen van Henning in Olso
Mastering.
Niet dat dit enig effect heeft op het geluid, want dat klinkt precies
hetzelfde als de twee vorige platen. Wederom is er om en om
geschreven/opgenomen. Dat maakt het ook vrij simpel om te bespreken. Als
eerste dan de nummers die Fenriz schrijft/zingt. Als je een beetje
Darkthrone hebt gevolgd is het overduidelijk dat Fenriz een enorme hang
heeft naar de jaren tachtig. Hij luistert het alleen maar, en steekt
zijn bewondering voor die tijd ook niet onder stoelen of banken. Dit
resulteert dan ook in zijn vier nummers die een ware, jaren tachtig
geest uitstralen, gemixt met een rare punk-sausje dat over de laatste
paar platen hangt. Het album opent met 'Those Treasures Will Never
Befall You'. Tekstueel gezien raakt het kant nog wal maar het rockt wel
heerlijk weg. Wat dat betreft is het schrijfwerk van Fenriz simpel maar
effectief. Slechts halverwege in het nummer, met galmende gitaarriffje,
herken je misschien nog wat black metal werk. 'I am the Graves of the
80's' laat natuurlijk al zien hoe de klok slaat, en het nummer lijkt
inderdaad zo weggelopen uit een periode pakweg 30 jaar geleden. “Destroy
their modern metal, and bang your fucking head!” is dan ook een
duidelijke boodschap. Fenriz heeft hierop een wat meer schurende stem
dan op het openingsnummer, maar dat mag de pret niet drukken, en het
klinkt hier alleen maar goed bij. Tevens zit er een 'oooohohohoh'
meezingstuk, een gierende solo in en minstens drie 'Ugh's van Fenriz dus
er gaat niks meer mis. 'Circle The Wagons' is meer 80's dan de jaren
tachtig zelf. De teksten zijn te wazig voor woorden, maar op de een of
andere manier klopt het geheel. Fenriz krijgt het voor elkaar weer een
andere stem aan te meten, en zijn semi-hoge cleane zang klinkt helemaal
niet verkeerd. Tweestemmigheid hebben de heren ook ontdekt aangezien
Nocturno ook tijdens de refreinen even meezingt. Vooral door die
fantastische zang, en gewoon het enorme 'drie bier en headbangen' gevoel
is dit zeker een van de betere nummers van de plaat. Helemaal als we op
een gegeven moment episch gesoleer krijgen. Prima! 'I Am the Working
Class' mag dan geen verrassing meer heten. Alles is aanwezig. Gruizige
gitaren, polka-ritmes, Fenriz en z'n vocalen en gas geven.
Nocturno Culto's toevoeging is, zoals ook op vorige platen, wat minder
gericht op total jaren tachtig aanbidding. Er hangt bij zijn nummers
toch altijd wat meer zweem van black metal en, toch ook wel, Celtic
Frost verheerlijking. Hierdoor zijn zijn nummers vaak langzamer,
ingewikkelder en ook lastiger in te komen. Ze bieden de liefhebber wel
echter een beter scala aan teksten en riffs dan bij zijn broeder in het
kwaad. 'Running For Borders' biedt zowel mid-tempo, als ook wat
afzwakking waarin de geest van de bovengenoemde Zwitserse band duidelijk
te horen is. Zijn nummers hebben echter redelijk wat wisselingen qua
tempo en sfeer, en dat maakt ze een stuk interessanter. 'Stylized Corpse'
is een beetje het mislukte kindje van de plaat. Zowel qua riffs, tempo
als de zang van Nocturno gaat het hier mis. Het nummer is wat traag en
Nocturno kreunt meer dan dat hij zijn rauwe keelgeluiden uitstoot. Het
nummer duurt daarnaast ook nog eens 7,5 minuut maar weet eigenlijk niet
te pakken. 'Black Mountain Totem' daarentegen doet het wel weer goed.
Degelijke koude riffs (zonder echt hun oude 'black metal' werk te
worden) en hier en daar wat tempowisselingen doen het erg goed. Vooral
rond de vier minuten begint het nummer echt interessant te worden, en
krijgen we wederom een solo om onze oren. 'Eyes Burst At Dawn' zou bijna
van Fenriz kunnen komen, maar in dit nummer wordt dus de schrijfstijl
van de twee heren ongeveer samengevoegd tot een goedlopend geheel.
Zonder meer is deze mix van stijlen het hoogtepunt van de plaat. Het
up-tempo van Fenriz z'n simpele stijl, en het wat intelligentere
gitaarwerk van Nocturno maken dit nummer gewoon af.
En dan is er nog Bränn Inte Slottet, wat begint met een koordje dat deze
titel constant herhaald. Uiteindelijk krijgen we drums en bas en pas na
komt de gitaar erbij waarbij Fenriz de ritme-gitaar voor z'n rekening
neemt. Het ontaard echter een in instrumentaal ragnummer zonder dat het
echt snel te noemen is. Echter krijgen we toffe riff na toffe riff
voorgeschoteld en dat kan natuurlijk geen kwaad.
Al met al is dit album een stuk beter dan het af en toe toch wat
zwabberende Dark Thrones & Black Flags. Fenriz z'n stijl is
uitgekristalleerd en als hij clean zingt ligt er echt veel potentie.
Nocturno kan de zwakke schakel zijn, omdat soms zijn nummers niet
helemaal lekker liggen, maar er is wel veel meer te ontdekken in zijn
composities. Dus uiteindelijk is dit album het zeker waard om aan te
schaffen. Het staat wat mij betreft meer dan z'n mannetje met The Cult
is Alive en F.O.A.D. (Thomas van Golen)
Tracklist:
01. Those Treasures Will Never Befall You
02. Running For Borders
03. I Am The Graves Of The 80's
04. Stylized Corpse
05. Circle The Wagons
06. Black Mountain Totem
07. I Am The Working Class
08. Eyes Burst At Dawn
09. Bränn Inte Slottet
Line-up:
Fenriz – Vocals, Drums, Bass
Nocturno Cult – Guitar, Bass, Vocals |